Het feest is verplaatst naar de middag — en dat is prima

Tijdbalk bij de column: Het feest is verplaatst naar de middag — en dat is prima

Vorige zomer stond ik op een zondagmiddag om vier uur in een binnenstad waar een dj draaide alsof het middernacht was. Volle bak. Mensen die dansten met een biertje in de zon. En om acht uur was iedereen alweer thuis. Geen dronken chaos, geen sluitingstijd-drama, geen taxi-gevecht om half vijf. Ik heb jaren zaken gerund waar de omzet pas ná elven op gang kwam. Dat beeld op die middag klopte niet met alles wat ik gewend was — en toch klopte het helemaal.

De middag is de nieuwe nacht

Ik merk het overal waar ik kom: het zwaartepunt van de avond schuift naar voren. Waar we vroeger de deuren pas rond een uur of tien echt vol kregen, zie je de drukte nu al bij het eerste borrelmoment. Vrijmibo’s die doorlopen tot in de avond. Zondagmiddagconcepten die tien jaar geleden niet bestonden. Dinerdansants waar het licht nog buiten schijnt.

Noem het geen trend met een percentage erachter — dat weet ik niet en dat verzin ik niet. Maar als observatie durf ik het stellig te zeggen: mensen willen elkaar zien wanneer ze nog fris zijn. Wie ooit een zaak runde, weet dat de kwaliteit van een avond niet zit in het aantal uren dat je open bent. Ze zit in het moment waarop mensen op hun best zijn. En dat moment is opgeschoven.

Waarom dit logisch is als je erover nadenkt

Ik ben er zelf laat op gekomen, eerlijk gezegd. Als ondernemer klampte ik me vast aan de nacht, want daar zat mijn omzet. Maar de gast is veranderd. Mensen sporten ’s ochtends, hebben een gezin, willen de volgende dag niet verpest zien. De kater als statussymbool is voorbij.

En er is iets moois aan wat ervoor in de plaats komt. Overdag uitgaan is socialer. Je kunt elkaar verstaan. Je ziet met wie je danst. De drempel ligt lager: iemand die om elf uur ’s avonds de deur niet meer uit komt, staat om drie uur ’s middags zo binnen. Ik heb genoeg mensen aan de bar gehad die zeiden dat ze ‘niet meer zo’n stapper’ waren — en die vervolgens op een zonnige middag het langste bleven zitten.

Voor de horeca is dit geen bedreiging. Het is een tweede leven van je pand. Dezelfde vierkante meters, een compleet ander dagdeel, een ander publiek. Dat is niet minder. Dat is méér.

Wat dit vraagt van wie het maakt

Alleen: overdag programmeren is niet je avondformule kopiëren en er de zon bij prikken. Het vraagt iets anders. Licht werkt anders als het buiten al helder is — je kunt je niet verstoppen achter duisternis en een rooklaag. De aankleding moet kloppen bij daglicht. Het geluid moet vol zijn zonder dat je hoeft te schreeuwen. En je moet een reden geven om te blijven én een natuurlijk moment om te vertrekken.

Dat laatste onderschatten mensen. De schoonheid van een middagfeest is juist dat het eindigt terwijl het nog leuk is. Ik heb altijd geloofd dat je een avond afsluit op een hoogtepunt, niet op het uitgeputte staartje. Overdag uitgaan dwingt je daartoe. Je stuurt mensen naar huis met het gevoel dat ze iets gemist hebben — en dat is precies waarom ze terugkomen.

Ik ben groot geworden in de nacht en ik zal er nooit op afgeven. Maar ik ben ook realist genoeg om te zien wat er gebeurt: beleving laat zich niet vastpinnen op een tijdstip. Goed uitgaan is niet laat of vroeg — het is het gevoel dat je op de juiste plek was toen het gebeurde. Als dat tegenwoordig vaker om vier uur ’s middags is dan om vier uur ’s nachts, dan schuif ik mijn stoel gewoon mee in de zon. En jij, denk ik, ook.

Shiva de Winter is oprichter en hoofdredacteur van Uitgroep en runde jarenlang zelf horeca en evenementen (Horeca Bazs, Hilversum). Elke week schrijft hij op uitinnederland.com over wat er écht verandert in het Nederlandse uitgaansleven.